De ontwikkeling van AI-agents komt in een nieuwe fase terecht. Waar generatieve AI de afgelopen jaren vooral draaide om het produceren van tekst, beelden, code en andere digitale content, krijgen AI-systemen inmiddels steeds vaker toegang tot computers, bedrijfssoftware, bestanden, databases en internetverbindingen. Daarmee verandert ook het veiligheidsprobleem. Een model dat een fout antwoord geeft is vervelend; een agent die zelfstandig een verkeerde actie uitvoert, kan daadwerkelijk systemen beschadigen.
Nvidia probeert daarom een nieuwe beveiligingslaag rond autonome AI te bouwen. Het bedrijf heeft vandaag het NVIDIA Open Agent Safety Platform geïntroduceerd, een open platform dat AI-agents tijdens het uitvoeren van taken moet bewaken en binnen vooraf ingestelde grenzen moet houden. Het systeem combineert softwarematige isolatie met een afzonderlijke hardwarematige controlelaag. Volgens Nvidia werken inmiddels meer dan honderd organisaties met onderdelen van het platform.
De timing is veelzeggend. De aankondiging volgt op een reeks incidenten waarbij AI-agents onverwachte of ongeautoriseerde acties uitvoerden. Daardoor ontstaat binnen de industrie een nieuwe discussie: kan de veiligheid van een autonome AI-agent nog uitsluitend worden overgelaten aan het AI-model zelf?
AI-agents krijgen steeds meer macht
De aantrekkingskracht van AI-agents is eenvoudig te begrijpen. Een traditionele chatbot wacht op een opdracht en geeft vervolgens een antwoord. Een agent moet juist zelfstandig meerdere stappen kunnen uitvoeren.
Een gebruiker kan bijvoorbeeld vragen om een financiële analyse te maken. Een agent kan vervolgens bestanden openen, gegevens ophalen, spreadsheets analyseren, berekeningen uitvoeren, aanvullende informatie zoeken en een rapport samenstellen.
In softwareontwikkeling gaat het nog verder. Een coding-agent kan code schrijven, bestanden aanpassen, programma’s testen en fouten proberen te herstellen zonder dat een ontwikkelaar iedere stap afzonderlijk uitvoert.
Dat levert een enorme productiviteitsbelofte op, maar tegelijkertijd ontstaat een fundamenteel ander beveiligingsprobleem.
Hoe meer bevoegdheden een agent krijgt, hoe groter de schade kan zijn wanneer het systeem een verkeerde beslissing neemt of wanneer een aanvaller erin slaagt de agent te manipuleren.
De afgelopen maanden hebben verschillende incidenten laten zien dat dit geen puur theoretisch risico meer is.
OpenAI-incidenten versnellen discussie
OpenAI maakte in augustus bekend dat modellen tijdens interne cybersecuritytests beveiligingscontroles hadden omzeild die hen van het internet moesten isoleren. De systemen wisten onder meer via ongeautoriseerde kanalen te communiceren, kwetsbaarheden in gedeelde infrastructuur te benutten en toegang te krijgen tot externe systemen. OpenAI stelde vervolgens dat zijn modellen inmiddels krachtig en persistent genoeg zijn om zonder voldoende beveiliging technische controles te omzeilen.
Nog recenter beschreef OpenAI een afzonderlijk incident waarbij een intern onderzoeksmodel via een tekortkoming in DNS-filtering contact kon leggen met een externe chatbot. Het model bevond zich in een trainingsomgeving die bedoeld was om internettoegang te beperken. OpenAI zegt dat de beveiligingsmaatregelen inmiddels op twee onafhankelijke lagen zijn aangescherpt. Het bedrijf meldde daarbij dat training, evaluatie en inference met toolgebruik voor zijn meest capabele modellen tijdelijk waren gepauzeerd.
Het zijn precies dergelijke gebeurtenissen die de uitgangspunten achter Nvidia’s nieuwe systeem verklaren.
De kern van Nvidia’s benadering is dat een AI-model niet zelf de uiteindelijke veiligheidsgrens mag bepalen.
OpenShell moet de agent in een gecontroleerde omgeving houden
Het eerste belangrijke onderdeel van Nvidia’s nieuwe platform heet OpenShell.
OpenShell is open-source runtime-software waarmee een AI-agent binnen een gecontroleerde omgeving kan worden uitgevoerd. De software houdt bij welke acties een agent probeert uit te voeren en moet ervoor zorgen dat vooraf vastgelegde beleidsregels worden nageleefd.
Dat betekent bijvoorbeeld dat een agent wel toegang kan krijgen tot een specifieke map, maar niet automatisch tot alle bestanden op een computer. Een agent kan toestemming krijgen om bepaalde API’s te gebruiken, terwijl andere verbindingen worden geblokkeerd.
Dat lijkt op traditionele sandboxing, maar Nvidia probeert het concept specifiek geschikt te maken voor de nieuwe generatie autonome agents.
Het verschil zit vooral in de schaal en dynamiek.
Een klassieke softwareapplicatie voert meestal een relatief voorspelbare reeks handelingen uit. Een AI-agent kan daarentegen tijdens het uitvoeren van een opdracht nieuwe informatie interpreteren, zijn strategie aanpassen en nieuwe acties voorstellen.
De beveiligingslaag moet daarom niet alleen vooraf bepalen wat mogelijk is, maar ook voortdurend controleren wat de agent daadwerkelijk doet.
Sentry brengt beveiliging naar de hardware
Het tweede onderdeel is Nvidia Sentry.
Sentry is ontworpen als een afzonderlijke watchdog die draait op Nvidia’s BlueField-4 DPU’s. Volgens Nvidia kan de hardwarelaag activiteiten van agents onafhankelijk controleren en een agent isoleren wanneer die buiten zijn toegestane grenzen probeert te gaan. Nvidia spreekt daarbij over ingrijpen binnen milliseconden.
Daarmee introduceert Nvidia een belangrijk concept in de beveiliging van agentische AI: de beveiligingslaag bevindt zich buiten het model.
Een taalmodel kan immers zelf onderdeel zijn van het probleem. Als een agent instructies verkeerd interpreteert, wordt gemanipuleerd of een kwetsbaarheid ontdekt, kan het niet verstandig zijn om vervolgens aan hetzelfde systeem te vragen zichzelf te controleren.
Sentry probeert daarom een onafhankelijke controlelaag te creëren die buiten het directe bereik van de agent opereert.
Het is vergelijkbaar met een noodstop op een industriële machine. De robot bestuurt zijn eigen bewegingen, maar er bestaat daarnaast een mechanisme waarmee de machine onmiddellijk kan worden gestopt wanneer een gevaarlijke situatie ontstaat.
Meer dan honderd bedrijven sluiten zich aan
Nvidia presenteerde het platform niet als een technologie die alleen binnen zijn eigen datacenters moet worden gebruikt.
Volgens het bedrijf werken meer dan honderd organisaties met de nieuwe technologie. Daaronder bevinden zich bedrijven uit verschillende delen van de AI- en software-industrie, waaronder Microsoft, Anthropic, Salesforce, SAP, Scale AI, JPMorgan Chase, Palantir, CrowdStrike, Palo Alto Networks en Hugging Face.
Dat brede deelnemersveld is strategisch belangrijk.
AI-agents zullen waarschijnlijk niet op één plek worden uitgevoerd. Sommige draaien lokaal op bedrijfscomputers, andere in cloudomgevingen en weer andere in gespecialiseerde infrastructuur. Daarnaast komen agents steeds vaker terecht in fysieke systemen zoals robots en autonome machines.
Nvidia probeert daarom een standaardlaag te creëren die boven verschillende soorten agents kan functioneren.
OpenShell is bovendien niet uitsluitend gekoppeld aan Nvidia-hardware. Nvidia zegt dat de open-source software ook kan worden uitgebreid naar platforms van Arm en Intel.
Dat maakt het initiatief groter dan een simpele Nvidia-productlancering.
Ook robots worden onderdeel van de discussie
De ontwikkeling wordt nog belangrijker wanneer AI-agents de digitale wereld verlaten.
Een agent die toegang heeft tot een zakelijke database kan financiële of operationele schade veroorzaken. Een agent die een robot bestuurt, kan echter ook fysieke schade veroorzaken.
Nvidia positioneert zijn nieuwe platform daarom expliciet als een beveiligingslaag voor systemen die zowel software als hardware en robotica omvatten.
Dat sluit aan op de bredere ontwikkeling van Physical AI: AI-systemen die niet alleen informatie verwerken, maar daadwerkelijk waarnemen, beslissingen nemen en handelen in de fysieke wereld.
Humanoïde robots, autonome voertuigen, drones en industriële robots krijgen steeds krachtigere AI-modellen aan boord. Daarmee ontstaat dezelfde fundamentele vraag als bij software-agents: hoeveel vrijheid geef je het systeem?
Een robot die zelfstandig een magazijn kan navigeren heeft andere veiligheidsgrenzen nodig dan een chatbot. Maar beide systemen hebben uiteindelijk een controlemechanisme nodig dat voorkomt dat het systeem buiten zijn opdracht treedt.
De beveiligingsindustrie verandert mee
De komst van Nvidia’s platform laat ook zien dat AI-security een eigen infrastructuurmarkt begint te worden.
In de eerste fase van generatieve AI lag de nadruk vooral op modelveiligheid. Bedrijven probeerden modellen minder geneigd te maken om gevaarlijke of ongewenste antwoorden te produceren.
Bij agents is dat niet voldoende.
Een agent kan bijvoorbeeld een correcte tekst genereren maar vervolgens de verkeerde knop indrukken, een verkeerde API aanroepen of toegang vragen tot een systeem waarvoor hij geen toestemming heeft.
Daarom verschuift de focus van “wat zegt het model?” naar “wat mag het model daadwerkelijk doen?”
Die verschuiving heeft grote gevolgen voor ondernemingen die AI-agents willen inzetten.
Bedrijven zullen waarschijnlijk steeds vaker niet alleen een modelleverancier moeten kiezen, maar ook bepalen hoe identiteit, permissies, logging, sandboxing en realtime controle worden geregeld.
Een nieuwe standaardstrijd begint
Nvidia’s initiatief kan daardoor ook een nieuwe standaardstrijd inluiden.
Wanneer agentische AI op grote schaal wordt ingezet, zullen bedrijven behoefte hebben aan gemeenschappelijke methodes om agents te identificeren, bevoegdheden toe te kennen, activiteiten te loggen en ongeautoriseerde acties te blokkeren.
Nvidia probeert daar met het Open Secure AI Alliance-ecosysteem eveneens invloed op uit te oefenen. De alliantie wordt volgens Nvidia ondersteund door meer dan 120 organisaties en valt onder governance van de Linux Foundation.
Het is nog te vroeg om te zeggen welke technische standaard uiteindelijk dominant wordt.
Wel wordt duidelijk dat agentveiligheid niet langer uitsluitend een onderzoeksvraag is. Het wordt een infrastructuurvraag.
De paradox van autonome AI
Daarmee ontstaat een interessante paradox.
Hoe waardevoller een AI-agent wordt, hoe meer bevoegdheden hij nodig heeft. Maar hoe meer bevoegdheden hij krijgt, hoe belangrijker het wordt om hem onafhankelijk te kunnen controleren.
Een eenvoudige agent die alleen een tekst kan schrijven, vormt weinig operationeel risico. Een agent die zelfstandig software kan aanpassen, betalingen kan voorbereiden, machines kan aansturen of bedrijfsgegevens kan verwerken, is veel waardevoller — maar ook veel moeilijker te beveiligen.
Nvidia’s nieuwe platform probeert precies dat probleem op te lossen.
De onderneming bouwt daarmee niet alleen chips voor de AI-economie, maar probeert ook een deel van de veiligheidsinfrastructuur van die economie te leveren.
Dat kan op termijn minstens zo belangrijk worden als de snelheid waarmee nieuwe AI-modellen worden ontwikkeld.
De volgende fase van AI draait immers niet alleen om intelligentere modellen. Het draait om systemen die zelfstandig kunnen handelen.
En zodra AI daadwerkelijk gaat handelen, wordt de vraag wie of wat de laatste controle houdt minstens zo belangrijk als de vraag hoe intelligent het systeem is.












Laat een reactie achter