Nederland bouwt zijn eigen AI-fabriek — en het is een noodgreep, geen luxe

Laat me je iets vertellen wat de meeste mensen niet weten. Nederland is bang.

Niet bang voor AI zelf. Bang voor de afhankelijkheid van AI. Want op dit moment komen de belangrijkste AI-innovaties uit de Verenigde Staten en China. En dat is een probleem als je een klein land bent dat zijn eigen waarden, wetten en belangen wil beschermen.

Daarom bouwt Nederland een eigen AI-supercomputer. Niet in Amsterdam. Niet in Eindhoven. In Groningen.

Wat er precies gebeurt

De supercomputer komt op de campus van de Universiteit van Groningen. Het wordt onderdeel van een Nederlandse “AI-fabriek” — een plek waar ondernemers, onderzoekers en overheden samenwerken aan AI-toepassingen(bron: nos.nl).

De tijdlijn: de computer wordt in de loop van 2027 opgeleverd en is naar verwachting vanaf 2028 klaar voor gebruik(bron: nos.nl). Dat is niet snel. Maar het is een begin.

Het UMCG, het universitaire ziekenhuis in Groningen, heeft hard gelobbyd om de supercomputer naar de regio te halen. Bart Scheerder van het UMCG legt uit waarom: “We willen kwetsbare pasgeboren baby’s in de gaten houden met allerlei sensoren. Denk aan informatie over de hartslag, hersengolven of videobeelden”.

Hij zegt iets belangrijks: “Het is erg duur om daar rekenkracht voor in te kopen. Daardoor zijn commerciële aanbieders van AI-rekenkracht voor ons geen optie”.

Dat is de kern. Medisch onderzoek met privacygevoelige data kun je niet zomaar naar een Amerikaanse cloud sturen. Je hebt eigen rekenkracht nodig.

Het geld

De overheid zet er fors op in. Staatssecretaris Willemijn Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit stuurde op 23 september een Kamerbrief naar de Tweede Kamer waarin digitale autonomie de rode draad is.

Concreet: 120 miljoen euro voor Nederlandse deelname aan een Europees IPCEI voor AI. Daarnaast worden meerjarige publiek-private innovatieprogramma’s zoals AiNed, NOLAI en ICAI Labs voortgezet.

En er is meer. Het agentschap NADI — het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie — stelt 40 miljoen euro beschikbaar voor de volgende generatie energiezuinige AI-chips. NADI is op Prinsjesdag aangekondigd door minister Heleen Herbert van Economische Zaken, en heeft in totaal 500 miljoen euro gereserveerd in de Rijksbegroting.

Het eerste programma van NADI is een samenwerking met SPRIND, het Duitse Federale Agentschap voor Doorbraakinnovatie. Samen willen ze Europa minder afhankelijk maken van buitenlandse AI-chips.

Beau-Anne Chilla, medeoprichter van NADI, zegt het zo: “Europa draait zijn AI grotendeels op buitenlandse chips, terwijl we hier een van de sterkste chip-ecosystemen ter wereld hebben. Dat de nieuwste AI-chips nog niet uit Europa komen, ligt niet aan een gebrek aan kennis, maar aan een gebrek aan financiering in de vroegste ontwerpfase”.

Wat dit betekent

Dit is geen klein verhaal. Dit is Nederland dat probeert een plek te veroveren in een wereld die wordt gedomineerd door twee grootmachten.

Maar er is een probleem. De Groningse supercomputer wordt pas in 2028 operationeel. Tegen die tijd zijn de modellen die we vandaag gebruiken waarschijnlijk alweer verouderd. En de vraag is of Nederland genoeg talent heeft om die computer optimaal te benutten.

Toch is het een noodzakelijke stap. Want de alternatieve route — volledig afhankelijk blijven van Amerikaanse en Chinese technologie — is een route die je als klein land niet wilt bewandelen.

De AI-fabriek in Groningen is geen prestige-project. Het is een overlevingsstrategie.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *