29 september 2026
Peter Thiel heeft opnieuw een harde waarschuwing afgegeven over Europa’s positie in de wereldwijde AI-race.
Volgens de medeoprichter van PayPal en Palantir loopt Europa “extremely far behind” op het gebied van kunstmatige intelligentie. Tijdens een recent gesprek met Axel Springer-topman Mathias Döpfner stelde Thiel dat de Verenigde Staten momenteel het centrum van AI-ontwikkeling vormen, China snel volgt en Europa op grote afstand staat.
Maar Thiel ging nog verder.
Toen hem werd gevraagd of Europa’s huidige positie in AI meer lijkt op de Europese doorbraak met de Concorde — waarmee Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de Verenigde Staten in supersonische passagiersluchtvaart wisten voorbij te streven — of op het Franse Minitel-systeem, koos hij voor het laatste.
Zijn formulering was bijzonder scherp:
volgens Thiel staat Europa met AI zelfs verder achter dan Frankrijk destijds met Minitel achterliep op het internet.
Het is een uitspraak van één prominente investeerder en moet dus niet worden gelezen als een objectieve ranglijst van Europa’s technologische positie. Maar juist omdat verschillende recente onderzoeken en bedrijfsleiders vergelijkbare zorgen uiten, krijgt de uitspraak opnieuw aandacht.
Thiel: Amerika bouwt, China volgt, Europa wacht
Thiels argument draait vooral om snelheid.
Volgens hem voelen Amerikaanse bedrijven een veel grotere druk om AI daadwerkelijk in hun bedrijfsprocessen te verwerken. Die urgentie ziet hij veel minder in Europa.
Hij verwees daarbij naar de commerciële groei van Palantir.
Volgens Thiel zijn de verkopen van Palantir aan Amerikaanse bedrijven de afgelopen jaren sterk versneld omdat ondernemingen daar bang zijn om de AI-ontwikkeling mis te lopen. In Europa zou volgens hem veel minder van die urgentie bestaan.
Zijn kritiek gaat daarmee verder dan alleen de vraag welk land de beste AI-modellen heeft.
Het gaat volgens Thiel vooral om adoptie.
Een land kan uitstekende universiteiten en startups hebben, maar als bedrijven de technologie niet snel inzetten, kan het economische voordeel alsnog naar andere landen gaan.
Europa heeft wel AI — maar volgens critici te weinig schaal
Dat is een belangrijk onderdeel van het debat.
Europa heeft wel degelijk AI-bedrijven, onderzoekers en infrastructuur.
Frankrijk heeft bijvoorbeeld Mistral.
Nederland heeft een groeiend ecosysteem rond AI, chips, semiconductors en deeptech.
Duitsland beschikt over grote industriële bedrijven en onderzoeksinstituten.
België heeft met onder meer imec een belangrijke positie in halfgeleiders en technologieonderzoek.
Het probleem is volgens critici dus niet dat Europa helemaal niets doet.
Het probleem is schaal.
Een Europees bedrijf kan technisch zeer goed zijn en toch veel kleiner blijven dan een Amerikaanse concurrent.
En juist schaal is bij AI extreem belangrijk.
AI kost inmiddels miljarden aan infrastructuur
De huidige AI-race wordt namelijk niet alleen gevoerd met slimme onderzoekers.
Er zijn enorme hoeveelheden chips, datacenters, elektriciteit, netwerkcapaciteit en kapitaal nodig.
Een recente analyse van het ifo Institute stelt dat EU-landen gezamenlijk slechts ongeveer 5 procent van de wereldwijde AI-computingcapaciteit vertegenwoordigen. De auteurs waarschuwen dat Europa daardoor sterk afhankelijk blijft van buitenlandse frontier-modellen en infrastructuur.
Dat is een fundamenteel probleem.
Wie de beste AI wil ontwikkelen, heeft toegang nodig tot enorme hoeveelheden rekenkracht.
En wie die rekenkracht niet zelf bezit, moet afhankelijk zijn van anderen.
Europa’s grootste probleem is misschien niet talent
Dat maakt de Europese situatie ingewikkelder.
Europa heeft uitstekende wetenschappers.
Het heeft universiteiten.
Het heeft industriële expertise.
Het heeft een grote interne markt.
En het heeft bedrijven die enorme hoeveelheden industriële data produceren.
Toch lukt het volgens critici onvoldoende om die sterke punten om te zetten in wereldwijde AI-bedrijven met dezelfde schaal als de grootste Amerikaanse ondernemingen.
Daar raakt Thiels kritiek aan een ander onderwerp dat hij de afgelopen dagen uitgebreid heeft besproken: ondernemerschap en schaalvergroting.
Thiel heeft ook Duitsland onder vuur genomen
In een afzonderlijk gesprek en rond dezelfde verschijning stelde Thiel dat Duitsland volgens hem niet alleen een probleem met risicoaversie heeft, maar ook met wat hij omschreef als een “fear of success”.
Zijn argument is dat succesvolle Duitse ondernemers volgens hem te vaak hun bedrijven verkopen voordat ze uitgroeien tot wereldwijde ondernemingen.
Thiel vergeleek dat met ondernemers als Elon Musk en Mark Zuckerberg, die hun bedrijven juist op enorme schaal hebben uitgebouwd.
Ook hier gaat het om Thiels eigen analyse, niet om een vaststaand economisch feit.
Maar het raakt wel aan een belangrijk Europees probleem:
hoe krijg je een startup van €100 miljoen naar €10 miljard?
Dat is een heel andere uitdaging dan een startup van nul naar €10 miljoen brengen.
De Minitel-vergelijking is misschien zijn scherpste punt
Minitel is daarbij een bijzonder interessante vergelijking.
Frankrijk bouwde in de jaren tachtig een geavanceerd digitaal communicatiesysteem dat vóór het grote internet commercieel succesvol was.
Gebruikers konden via terminals informatie opvragen, berichten sturen en verschillende diensten gebruiken.
Frankrijk liep daarmee op bepaalde gebieden juist voor.
Maar toen het open internet zich ontwikkelde, bleek Minitel uiteindelijk een doodlopende weg.
Thiels punt is dat Europa opnieuw het risico loopt een technologie te ontwikkelen die op zichzelf indrukwekkend is, maar vervolgens de wereldwijde platformstrijd verliest.
Hij ziet AI als de nieuwe internetrevolutie.
En volgens hem kan Europa zich niet veroorloven opnieuw vooral gebruiker te worden van technologie die elders wordt ontwikkeld.
IMF ziet eveneens een adoptiekloof
Thiel is niet de enige die de Europese AI-adoptie bekritiseert.
IMF-directeur Kristalina Georgieva waarschuwde onlangs dat Europa kwalitatief achterloopt op de Verenigde Staten bij het toepassen van AI. Volgens de recente berichtgeving over haar opmerkingen gebruiken Amerikaanse ondernemingen AI vaker om complete bedrijfsprocessen te veranderen, terwijl Europese bedrijven de technologie vaker voor beperktere toepassingen inzetten.
Dat onderscheid is belangrijk.
Een werknemer die ChatGPT gebruikt om een e-mail te schrijven is iets anders dan een bedrijf dat AI inzet om zijn complete logistieke planning, klantenservice, productie en softwareontwikkeling opnieuw in te richten.
De economische impact kan daardoor sterk verschillen.
Grote bedrijven beginnen de Europese achterstand ook als investeringsrisico te zien
Nog opvallender is dat de discussie inmiddels verder gaat dan alleen ondernemers en technologie-investeerders.
De Financial Times meldde deze week dat grote internationale ondernemingen AI-“openheid” steeds vaker meenemen bij beslissingen over waar ze investeren. Daarbij kijken bedrijven onder meer naar AI-talent, infrastructuur, regelgeving, energieprijzen en de beschikbaarheid van datacenters.
Volgens die berichtgeving waarschuwen sommige bedrijfsleiders dat onduidelijke of zware regelgeving investeringen kan verschuiven richting regio’s die als AI-vriendelijker worden gezien, waaronder de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.
De Europese Commissie wijst tegelijkertijd op de sterke kanten van Europa, waaronder industriële data en plannen om de Europese compute-capaciteit uit te breiden.
Daarmee ontstaat een fundamenteel debat.
Is regelgeving het probleem — of is schaal het probleem?
Thiels kritiek wordt vaak gekoppeld aan Europese regelgeving.
Maar het probleem is waarschijnlijk ingewikkelder dan alleen regels.
Europa heeft bijvoorbeeld minder hyperscale AI-infrastructuur dan de Verenigde Staten.
Energie is relatief duur.
De Europese kapitaalmarkt is versnipperd.
Startups hebben te maken met verschillende nationale markten en talen.
En succesvolle ondernemingen verhuizen of schalen soms naar de VS zodra ze groot genoeg worden.
Tegelijkertijd kan regelgeving ook een rol spelen wanneer bedrijven onzeker zijn over toekomstige verplichtingen.
De discussie gaat daardoor niet simpelweg over:
“Europa heeft te veel regels.”
De belangrijkere vraag is:
kan Europa regelgeving, infrastructuur, kapitaal, energie en talent zo organiseren dat AI-bedrijven hier ook daadwerkelijk op wereldschaal kunnen groeien?
Europa probeert ondertussen wel terug te slaan
Het verhaal is dus niet dat Europa niets doet.
De Europese Unie investeert in AI-infrastructuur en zogenaamde AI-gigafactories. Europese landen proberen daarnaast meer toegang tot rekenkracht, chips en datacenters te organiseren.
Ook zijn er nationale initiatieven.
Nederland investeert in AI en semiconductor-technologie.
Frankrijk probeert een sterke positie in foundation models op te bouwen.
Duitsland werkt aan uitbreiding van AI-infrastructuur.
België beschikt over een sterke deeptech- en chiponderzoeksbasis.
De vraag is daarom niet of Europa überhaupt een AI-strategie heeft.
De vraag is of die strategie snel genoeg en groot genoeg wordt uitgevoerd.
De echte waarschuwing van Thiel
Thiels uitspraak is daarom vooral interessant omdat hij AI niet behandelt als een normale technologische sector.
Volgens hem is AI vergelijkbaar met het internet: een technologie die uiteindelijk vrijwel iedere economische sector kan veranderen.
Als dat klopt, betekent achterstand in AI iets anders dan achterstand in één industrie.
Dan gaat het om productiviteit.
Defensie.
Cybersecurity.
Gezondheidszorg.
Industrie.
Financiën.
Onderwijs.
Robots.
En uiteindelijk ook geopolitieke macht.
Dat verklaart waarom de discussie in Europa steeds minder gaat over de vraag of AI belangrijk is.
Die discussie is inmiddels voorbij.
De nieuwe vraag is:
kan Europa snel genoeg bewegen om niet alleen gebruiker van de volgende generatie AI te worden, maar ook een van de plaatsen waar die generatie wordt gebouwd?
Peter Thiel zegt dat Europa het antwoord op dit moment nog niet heeft.
De Europese Commissie, Europese bedrijven en Europese onderzoekers zouden waarschijnlijk een veel genuanceerder antwoord geven.
Maar één ding is duidelijk: de waarschuwing dat Europa achterloopt op AI komt inmiddels niet meer alleen uit Silicon Valley. Ook binnen Europa groeit de discussie over computing, investeringen, adoptie, regelgeving en schaal.
















Laat een reactie achter