1 oktober 2026
De nieuwste ontwikkeling van OpenAI lijkt op het eerste gezicht op een nieuwe ChatGPT-functie. Maar onder de oppervlakte gebeurt iets veel belangrijkers.
OpenAI heeft Dots gelanceerd: AI-agenten die niet simpelweg wachten tot een gebruiker een vraag stelt, maar zelfstandig aan een doel kunnen blijven werken. De agenten kunnen op de achtergrond actief blijven, applicaties gebruiken en taken uitvoeren zonder dat de gebruiker iedere stap hoeft te begeleiden. OpenAI presenteerde Dots tijdens zijn DevDay-conferentie op 29 september.
Daarmee verandert de manier waarop AI kan worden gebruikt fundamenteel.
Tot nu toe was de standaardworkflow eenvoudig:
je vraagt iets → AI antwoordt → het gesprek stopt.
Dots draait dat model om:
je geeft een doel → AI gaat aan het werk → AI komt terug wanneer er iets te melden of goed te keuren is.
En precies daarom is Dots misschien interessanter dan alweer een nieuw taalmodel.
Dots hoeft niet meer op jou te wachten
OpenAI beschrijft Dots als “always-on agents”. De bedoeling is dat een gebruiker een agent een opdracht of doel geeft, waarna deze zelfstandig verder kan werken.
De agent is dus niet uitsluitend een chatbot.
Hij moet functioneren als een soort digitale medewerker.
OpenAI zegt dat Dots bedoeld zijn om zelfstandig verschillende soorten taken uit te voeren en uiteindelijk zelfs als teams van agents samen te werken. Dots zijn beschikbaar via ChatGPT en Codex voor bepaalde gebruikers en markten.
Dat laatste onderdeel is belangrijk.
Want één agent kan al nuttig zijn.
Maar meerdere agents die verschillende taken uitvoeren kunnen een veel complexere workflow vormen.
Een agent kan bijvoorbeeld onderzoek doen.
Een tweede agent kan de informatie analyseren.
Een derde kan een rapport opstellen.
Een vierde kan het resultaat controleren.
De gebruiker hoeft dan niet ieder onderdeel afzonderlijk te starten.
Het verschil met een gewone chatbot
Het grootste verschil zit niet noodzakelijk in intelligentie.
Het zit in autonomie.
Een chatbot is voornamelijk reactief.
Een agent is doelgericht.
Dat betekent dat een agent zelf tussenstappen kan bedenken.
Stel dat iemand zegt:
“Onderzoek de vijf belangrijkste ontwikkelingen in AI-agenten en maak iedere maand een overzicht.”
Een traditionele chatbot zou een overzicht maken.
Een agent kan in principe een terugkerende workflow uitvoeren: informatie verzamelen, bronnen controleren, veranderingen detecteren en een nieuw rapport voorbereiden.
Dat is een compleet ander gebruiksmodel.
AI wordt daarmee minder een zoekmachine en meer een proces dat voortdurend draait.
OpenAI bouwt ondertussen de infrastructuur erachter
Dots staat bovendien niet los van de rest van OpenAI’s nieuwe agentstrategie.
Tijdens DevDay maakte OpenAI de Agents API publiek beschikbaar. Die ondersteunt onder meer tools, geheugen, gehoste uitvoering en multi-agentfunctionaliteit. Ook kan de API agents software laten bedienen via een browseromgeving.
Dat betekent dat OpenAI ontwikkelaars niet alleen een chatbot wil geven.
Het bedrijf wil een infrastructuur leveren waarmee bedrijven hun eigen autonome AI-systemen kunnen bouwen.
Dat kan uiteindelijk belangrijker worden dan Dots zelf.
Dots is de gebruikerservaring.
De Agents API is de onderliggende bouwsteen.
AI krijgt zijn eigen computer
Een van de opvallendste aspecten van de nieuwe generatie agents is dat ze steeds vaker een eigen computeromgeving krijgen.
OpenAI heeft voor Dots een omgeving ontworpen waarin de agent zelfstandig kan werken.
Ook Meta gebruikt een vergelijkbaar concept.
Meta’s Muse draait op een eigen Secure VM, een virtuele computeromgeving met browsertoegang waarin de agent taken kan uitvoeren.
Dat is geen toeval.
Wanneer een AI alleen tekst produceert, heeft hij weinig nodig.
Maar zodra AI websites moet openen, bestanden moet verwerken, formulieren moet invullen en software moet gebruiken, heeft hij feitelijk een computer nodig.
De volgende generatie AI heeft daarom steeds minder behoefte aan een klassiek chatvenster.
De agent heeft zijn eigen digitale werkplek.
Dots krijgt concurrentie van Meta
OpenAI is zeker niet het enige bedrijf dat deze richting kiest.
Meta introduceerde eerder deze maand Muse, een persoonlijke AI-agent die volgens Meta niet alleen vragen beantwoordt, maar daadwerkelijk taken uitvoert. Muse kan bijvoorbeeld browseracties uitvoeren, formulieren invullen en namens gebruikers bepaalde processen doorlopen.
Meta heeft Muse inmiddels verder uitgebreid voor kleine bedrijven.
De agent kan worden gekoppeld aan diensten zoals Asana, Box, Canva, Dropbox, Figma, QuickBooks, Shopify, Slack, Stripe en Zoom. Ook Facebook- en Instagram-bedrijfsaccounts kunnen worden gekoppeld.
Daarmee wordt duidelijk waar de markt naartoe gaat.
Een ondernemer hoeft straks niet noodzakelijk meer tien verschillende programma’s afzonderlijk te openen.
Hij kan een AI-agent vertellen wat het bedrijf nodig heeft.
De agent gebruikt vervolgens de verschillende systemen om het werk uit te voeren.
Dat is veel groter dan een nieuwe chatbot
De verandering is vergelijkbaar met de overgang van zoekmachines naar smartphones.
Een zoekmachine helpt je informatie vinden.
Een smartphone voert vervolgens allerlei acties uit.
AI-agenten kunnen weer een volgende stap zijn.
Ze zoeken niet alleen informatie.
Ze kunnen de informatie gebruiken om daadwerkelijk iets te doen.
Daarmee wordt AI een soort verbindingslaag tussen verschillende digitale diensten.
Een gebruiker zegt wat hij wil.
De agent bepaalt vervolgens welke software nodig is.
Maar autonomie brengt ook nieuwe risico’s
Hoe meer een agent zelfstandig mag doen, hoe groter de risico’s.
Een AI die alleen een tekst schrijft, kan een fout maken.
Een AI die toegang heeft tot e-mail, documenten, agenda’s, webshops en financiële diensten kan daadwerkelijk schade veroorzaken.
Meta heeft daarom in Muse verschillende veiligheidsmechanismen ingebouwd. Het systeem gebruikt bijvoorbeeld een afzonderlijke Sentinel-agent die moet controleren welke acties richting internet worden uitgevoerd. Bij gevoelige acties, zoals het versturen van e-mails of aankopen, kan de gebruiker om goedkeuring worden gevraagd.
Dat soort beveiliging wordt waarschijnlijk een essentieel onderdeel van agentische AI.
De vraag is niet meer alleen:
Hoe slim is het model?
Maar ook:
Welke macht krijgt het model?
De computer wordt de nieuwe interface
Daarmee verandert uiteindelijk ook de betekenis van een AI-assistent.
De chatbot was jarenlang het centrale toegangspunt.
Maar bij agenten wordt de computeromgeving zelf belangrijker.
De AI moet kunnen zien wat er op een scherm gebeurt.
Hij moet knoppen kunnen aanklikken.
Hij moet bestanden kunnen openen.
Hij moet applicaties kunnen gebruiken.
Hij moet kunnen wachten.
Hij moet kunnen terugkomen.
En hij moet kunnen uitleggen wat hij heeft gedaan.
Dat is waarom OpenAI’s nieuwe ondersteuning voor computergebruik in de Agents API zo belangrijk is.
Dots is dus niet zomaar een nieuwe functie
De naam Dots kan klein klinken.
De ontwikkeling erachter is dat niet.
OpenAI probeert een model te bouwen waarin mensen niet langer iedere opdracht afzonderlijk aan AI geven.
De gebruiker definieert een doel.
De AI organiseert het werk.
Dat is een fundamentele verschuiving.
En als OpenAI, Meta en andere bedrijven dit model succesvol krijgen, kan het dagelijkse gebruik van AI de komende jaren sterk veranderen.
Want de belangrijkste AI-tool van de toekomst is misschien niet degene die het beste antwoord geeft.
Het is degene die je een opdracht kunt geven en vervolgens kunt vergeten — totdat het werk klaar is.















Laat een reactie achter