Kritiek op premier Jetten laait op: ‘Wanneer spreekt de premier zelf nog?’ na grootschalig AI-gebruik

De discussie over het gebruik van kunstmatige intelligentie door premier Rob Jetten krijgt in Nederland opnieuw veel aandacht. Nadat eerder deze maand bekend werd dat honderden berichten van Jetten en zijn partij D66 met behulp van AI waren opgesteld, groeit de kritiek op de omvang van het gebruik. De discussie gaat inmiddels niet meer alleen over AI als schrijfhulp, maar over de vraag hoeveel van de publieke communicatie van een premier nog rechtstreeks door mensen wordt geformuleerd.

Uit onderzoek van de Volkskrant bleek eerder dat 232 berichten van Jetten en D66 met behulp van een AI-model waren geschreven. Het ging om berichten op onder meer Instagram, Facebook, X en LinkedIn. Volgens de berichtgeving waren daar ook berichten bij met een persoonlijk of emotioneel karakter.

Jetten heeft het gebruik van AI bevestigd. Hij zegt AI af en toe als hulpmiddel te gebruiken en benadrukt dat berichten altijd door mensen worden gecontroleerd voordat ze worden gepubliceerd. Volgens de premier is AI inmiddels voor veel Nederlanders onderdeel van het dagelijks werk.

Toch neemt de kritiek daarmee niet volledig af.

Van schrijfhulp naar politieke communicatie

De belangrijkste vraag in het debat is waar de grens ligt.

Het gebruik van AI om een tekst grammaticaal te verbeteren ligt voor veel mensen anders dan het laten schrijven van een volledige politieke boodschap.

Juist dat onderscheid speelt bij Jetten een belangrijke rol.

Uit het onderzoek kwamen berichten naar voren waarin AI volgens de onderzoekers een substantiële rol had gespeeld bij het formuleren van de uiteindelijke tekst. Een opvallend voorbeeld was een bericht over de excuses aan de Molukse gemeenschap. Ook een bericht over een bezoek aan kamp Westerbork werd genoemd in de discussie over het AI-gebruik.

Dat zijn onderwerpen waarbij politieke communicatie niet alleen informatie overdraagt.

De formulering heeft ook een persoonlijke en emotionele betekenis.

‘Is dit de premier of een chatbot?’

Juist daar richten critici hun belangrijkste bezwaar op.

Politieke communicatie draait gedeeltelijk om vertrouwen in de persoon die spreekt. Wanneer een premier een persoonlijk bericht plaatst, kunnen burgers ervan uitgaan dat de formulering rechtstreeks afkomstig is van hemzelf of op zijn minst sterk door hem persoonlijk is vormgegeven.

Tessa van Beest, die eerder als speechschrijver werkte voor onder anderen Mark Rutte, Sigrid Kaag en Wopke Hoekstra, waarschuwde dat intensief AI-gebruik twijfel kan oproepen over de authenticiteit van berichten. De vraag kan volgens haar ontstaan: is dit daadwerkelijk de stem van Jetten, of is het een door AI geproduceerde versie daarvan?

Ook AI-ethicus Joris Krijger wees erop dat vooral berichten met een emotionele lading gevoelig liggen.

Daarmee verschuift de discussie van technologie naar politieke communicatie.

Jetten ziet geen reden om te stoppen

De premier zelf trekt een andere conclusie.

Jetten heeft aangegeven dat hij AI wil blijven gebruiken. Volgens hem betekent het gebruik van een AI-systeem niet dat mensen geen rol meer spelen.

Zijn uitgangspunt is dat vooraf wordt bepaald wat er gezegd moet worden en dat de uiteindelijke tekst vervolgens door mensen wordt gecontroleerd.

Daarmee verdedigt Jetten een model waarin AI vooral als hulpmiddel wordt gezien.

De discussie draait dus niet om de vraag of AI überhaupt gebruikt mag worden.

De vraag is hoeveel verantwoordelijkheid en creatief werk aan het systeem wordt overgelaten.

Ook in Den Haag zijn vragen gesteld

De kwestie heeft inmiddels ook een parlementaire dimensie gekregen.

Op 16 september zijn schriftelijke Kamervragen gesteld over het AI-gebruik van de premier. Daarin wordt onder meer gevraagd of het gebruik van AI bij het schrijven van socialmediaberichten in overeenstemming is met de bestaande overheidsrichtlijnen.

Ook wordt gevraagd of de premier bereid is voortaan bij berichten waarvan de tekst aanvankelijk door AI is gegenereerd te vermelden dat AI daarbij is gebruikt.

Dat maakt transparantie een van de belangrijkste onderwerpen in het debat.

Want zelfs wanneer een AI-tekst uiteindelijk door een mens wordt gecontroleerd, blijft de vraag relevant hoeveel van de oorspronkelijke formulering door het systeem is geproduceerd.

Bijzondere situatie voor een premier

Voor bedrijven is AI-gebruik inmiddels grotendeels normaal.

Werknemers laten e-mails schrijven, rapporten samenvatten of presentaties voorbereiden.

Politieke communicatie heeft echter een extra dimensie.

Een premier communiceert namens de regering, maar spreekt op sociale media ook regelmatig vanuit een persoonlijk perspectief.

Dat maakt het moeilijker om een duidelijke grens te trekken tussen officiële overheidscommunicatie, partijcommunicatie en persoonlijke communicatie.

Wanneer AI bij al deze vormen wordt gebruikt, kan voor het publiek onduidelijk worden wie of wat precies achter een boodschap zit.

De ironie van Jettens AI-beleid

De kwestie krijgt nog meer aandacht omdat Jetten tegelijkertijd een uitgesproken positie inneemt in het nationale AI-debat.

De premier heeft zich de afgelopen periode sterk uitgesproken over de kansen en risico’s van kunstmatige intelligentie.

Tijdens zijn recente toespraak bij de Verenigde Naties stelde hij dat landen gezamenlijk moeten bepalen hoe de toekomst van AI wordt vormgegeven en waarschuwde hij ervoor dat een kleine groep bedrijven en landen niet alle beslissingen over AI zou moeten nemen.

Daarmee is Jetten zelf een van de belangrijkste politieke gezichten geworden van het Nederlandse AI-beleid.

Dat maakt zijn eigen gebruik van AI automatisch onderwerp van extra publieke belangstelling.

Een bredere vraag voor de Nederlandse politiek

De discussie over Jetten gaat uiteindelijk verder dan één premier.

Vrijwel iedere politieke partij krijgt te maken met dezelfde technologie.

AI kan campagnes sneller maken, teksten produceren, speeches voorbereiden, video’s genereren en kiezerscommunicatie personaliseren.

De technologie kan daarmee de hoeveelheid politieke communicatie enorm vergroten.

Maar tegelijkertijd kan een overvloed aan AI-gegenereerde communicatie juist leiden tot minder vertrouwen wanneer burgers niet meer weten hoeveel menselijke betrokkenheid achter een bericht zit.

Daarom ontstaat er mogelijk een nieuwe norm voor politieke communicatie: niet alleen wat een politicus zegt, maar ook hoe de boodschap tot stand is gekomen.

Nederland loopt vooruit op een nieuw politiek tijdperk

Het Jetten-debat laat zien dat Nederland zich nog midden in die overgang bevindt.

Er bestaat inmiddels brede politieke en maatschappelijke discussie over verantwoord AI-gebruik, maar de praktische normen voor politici zijn nog niet volledig uitgekristalliseerd.

Wanneer is AI slechts een spellingcontrole?

Wanneer is het een schrijfassistent?

En wanneer schrijft AI feitelijk de boodschap die vervolgens onder de naam van een politicus wordt gepubliceerd?

Dat zijn vragen waarop de Nederlandse politiek de komende jaren waarschijnlijk steeds vaker een antwoord moet geven.

Voor Jetten is de discussie voorlopig in ieder geval niet voorbij. Zijn eigen boodschap is dat AI een hulpmiddel kan zijn zolang mensen de controle houden. Critici vragen zich juist af of die menselijke controle voldoende zichtbaar en betekenisvol blijft wanneer AI een steeds groter deel van de communicatie produceert.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *