België wil zijn nationale strategie voor kunstmatige intelligentie verder aanscherpen. Minister van Digitalisering Vanessa Matz presenteerde vorige week een nieuw voorstel waarin België nadrukkelijker inzet op AI-capaciteit, vaardigheden, infrastructuur en technologische autonomie.
De Belgische overheid stelt dat AI inmiddels op grote schaal wordt gebruikt. Volgens de cijfers die bij de nieuwe strategie worden genoemd, gebruikt 42 procent van de Belgen generatieve AI en zet 34,5 procent van de Belgische ondernemingen AI in.
De volgende fase moet volgens de overheid niet alleen draaien om adoptie, maar ook om de vraag hoeveel controle België zelf over de technologie houdt.
Van gebruikers naar ontwikkelaars
België heeft de afgelopen jaren verschillende initiatieven opgezet rond AI-onderzoek, innovatie en digitale vaardigheden.
Maar de wereldwijde AI-markt wordt gedomineerd door een relatief klein aantal grote technologiebedrijven.
Dat betekent dat Belgische bedrijven en overheidsinstellingen voor belangrijke AI-capaciteiten vaak afhankelijk zijn van buitenlandse infrastructuur en modellen.
De nieuwe strategie probeert daarom meer eigen capaciteit op te bouwen.
Dat betekent niet dat België alle AI-technologie zelf wil ontwikkelen.
De focus ligt eerder op het versterken van onderzoek, infrastructuur, vaardigheden en toegang tot Europese technologie.
42 procent gebruikt generatieve AI
Het hoge gebruik van generatieve AI laat zien hoe snel de technologie in België is doorgedrongen.
AI wordt inmiddels gebruikt voor schrijven, zoeken, programmeren, klantenservice, administratie en creatieve werkzaamheden.
Voor bedrijven kan dat productiviteitsvoordelen opleveren.
Maar brede adoptie betekent ook dat organisaties steeds meer afhankelijk worden van AI-diensten.
Daarom wordt digitale autonomie een belangrijker beleidsvraagstuk.
Controle over kritieke infrastructuur
AI draait niet alleen om software.
De technologie vereist datacenters, chips, cloudinfrastructuur en grote hoeveelheden data.
Wie deze infrastructuur controleert, heeft invloed op de beschikbaarheid en kosten van AI.
België wil daarom voorkomen dat het alleen een consument van AI-technologie wordt.
Het land beschikt met imec in Leuven bovendien over een internationaal belangrijke onderzoekspositie in halfgeleiders en geavanceerde chiptechnologie.
Imec werkt momenteel onder meer aan nieuwe optische technologie voor AI-datacenters.
Het onderzoekscentrum presenteerde deze maand een nieuwe fotonische component waarmee een optische verbinding van 400 gigabit per seconde werd gedemonstreerd. De technologie is gericht op toekomstige AI-datacenters, waar steeds grotere hoeveelheden data tussen chips en systemen moeten worden verplaatst.
Europese samenwerking blijft belangrijk
België kiest daarbij niet voor volledige technologische onafhankelijkheid.
De strategie past binnen een groter Europees ecosysteem.
Dat is logisch omdat individuele Europese landen moeilijk zelfstandig kunnen concurreren met de schaal van Amerikaanse en Chinese technologiebedrijven.
Europese samenwerking kan toegang bieden tot grotere onderzoeksprogramma’s, supercomputers en gezamenlijke AI-infrastructuur.
De Europese AI-raad besprak vorige week eveneens de ontwikkeling van Europese AI-capaciteiten, AI-veiligheid en de verdere uitvoering van de Europese AI-verordening.
AI wordt een economische infrastructuur
De Belgische strategie weerspiegelt daarmee een bredere verandering.
AI wordt niet langer gezien als een afzonderlijke softwaretechnologie.
Het wordt steeds meer beschouwd als een economische infrastructuur, vergelijkbaar met cloudcomputing en telecom.
Dat betekent dat landen moeten nadenken over toegang tot rekenkracht, chips, data en talent.
België probeert zich binnen die keten een eigen positie te geven.
De uitdaging wordt talent
Technologie alleen is echter niet voldoende.
Belgische bedrijven hebben mensen nodig die AI kunnen ontwikkelen, implementeren en controleren.
Daarom vormen vaardigheden een belangrijk onderdeel van de nieuwe strategie.
Dat gaat verder dan het opleiden van AI-onderzoekers.
Ook werknemers in traditionele sectoren moeten leren omgaan met AI.
De technologie zal immers niet alleen worden gebruikt door gespecialiseerde softwarebedrijven.
AI komt terecht in administratie, industrie, gezondheidszorg, onderwijs en overheidsdiensten.
Een nieuwe Belgische AI-fase
België bevindt zich daarmee in een nieuwe fase.
De eerste jaren draaiden vooral om het opbouwen van kennis en het stimuleren van experimenten.
Nu AI op grote schaal wordt gebruikt, verschuift de aandacht naar infrastructuur, veiligheid en economische waarde.
De Belgische overheid wil daarmee voorkomen dat AI wel massaal wordt gebruikt, maar de belangrijkste technologische waarde buiten het land wordt gecreëerd.
De komende jaren zal moeten blijken hoeveel van die ambitie daadwerkelijk wordt vertaald in investeringen, infrastructuur en nieuwe bedrijven.











Laat een reactie achter