Nederland bouwt in hoog tempo aan een nieuwe robotica-industrie: humanoïde robots verlaten het laboratorium

Nederland begint een nieuwe fase van de robotica in te gaan. Waar robots jarenlang vooral werden ingezet voor afgebakende taken in fabrieken en magazijnen, verschuift de aandacht steeds nadrukkelijker naar machines die zelfstandig kunnen bewegen, waarnemen en samenwerken met mensen. Vooral humanoïde robots krijgen daarbij een steeds prominentere plaats. Volgens een nieuwe inventarisatie van brancheorganisatie NLrobotics zijn inmiddels minstens 42 humanoïde robots actief op Nederlandse locaties.

Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. Het Nederlandse roboticalandschap bestaat inmiddels uit ongeveer 600 in kaart gebrachte partijen, verspreid over alle twaalf provincies. Tegelijkertijd ontstaan nieuwe testlocaties, onderzoeksprojecten en commerciële centra waar bedrijven proberen uit te vinden wat humanoïde robots daadwerkelijk kunnen betekenen voor de Nederlandse economie. Daarmee begint de discussie te verschuiven van de vraag óf robots ooit op de werkvloer komen naar de veel concretere vraag waar en onder welke voorwaarden ze kunnen worden ingezet.

Van robotdemonstratie naar echte werkomgeving

De opkomst van humanoïde robots wordt wereldwijd vaak geassocieerd met spectaculaire demonstraties: robots die lopen, dozen oppakken, dansen of menselijke bewegingen nadoen. In Nederland ligt de nadruk inmiddels steeds meer op een andere fase.

Bedrijven en kennisinstellingen willen weten of deze machines daadwerkelijk bruikbaar zijn in omgevingen die oorspronkelijk voor mensen zijn ontworpen.

Dat is een belangrijk verschil. Een robot die een gecontroleerde demonstratie succesvol uitvoert, is nog geen robot die acht uur per dag veilig kan functioneren in een fabriek, magazijn of zorgomgeving. In de praktijk moeten machines kunnen omgaan met onverwachte situaties, verschillende objecten, andere mensen en voortdurend veranderende omstandigheden.

Precies daar komt de combinatie van robotica en kunstmatige intelligentie naar voren. Moderne humanoïde systemen worden niet alleen ontwikkeld als mechanische machines, maar steeds meer als fysieke AI-systemen die hun omgeving kunnen waarnemen, instructies kunnen interpreteren en hun gedrag kunnen aanpassen.

Nederland probeert zich juist op dat praktische toepassingsgebied te positioneren.

Minstens 42 humanoïde robots actief in Nederland

De omvang van de Nederlandse humanoïde-activiteit is groter dan vaak wordt aangenomen. NLrobotics bracht in juli 2026 de aanwezige humanoïde robots in Nederland in kaart en kwam uit op minstens 42 exemplaren, verdeeld over 29 organisaties en 17 plaatsen.

Onder meer Amsterdam, Eindhoven, Nijmegen, Zwolle, Schiphol en Enschede beschikken inmiddels over humanoïde robots. Nijmegen telt volgens de inventarisatie zeven exemplaren en Amsterdam vijf. Ook buiten de traditionele technologieclusters zijn robots aanwezig.

Opvallend is bovendien de herkomst van de machines. Het merendeel van de humanoïde robots die momenteel in Nederland worden ingezet, komt uit China. Unitree vertegenwoordigt volgens de inventarisatie het grootste aandeel, naast onder meer Booster Robotics, Agibot en LimX Dynamics.

Dat geeft de Nederlandse ontwikkeling een interessante internationale dimensie. Nederland experimenteert volop met humanoïde robotica, maar veel van de fysieke hardware wordt momenteel door buitenlandse bedrijven geleverd. De Nederlandse positie wordt daarmee vooral bepaald door kennis, integratie, toepassingen, data en de manier waarop robots in bestaande bedrijfsprocessen worden ingebouwd.

Schiedam wordt testlocatie voor humanoïde robotica

Een van de opvallendste nieuwe ontwikkelingen is het Humanoid Application Center in Schiedam. Het centrum werd in juli geopend op de Mechatronica Innovatie Campus Schiedam en richt zich op het toepassen van humanoïde robots in echte industriële omgevingen.

Het concept is belangrijk omdat het een brug probeert te slaan tussen de robotfabrikant en het bedrijf dat uiteindelijk met de robot moet werken. In plaats van alleen een robot te demonstreren, kunnen organisaties onderzoeken hoe zo’n machine functioneert binnen hun eigen processen.

Dat kan bijvoorbeeld betrekking hebben op logistiek, productie, bouw of andere werkzaamheden waarin mensen fysiek werk uitvoeren.

De ontwikkeling past bij een bredere beweging in de Nederlandse roboticasector: robots worden steeds minder gezien als geïsoleerde machines en steeds meer als onderdeel van een groter systeem waarin software, AI, sensoren, data en menselijke werknemers samenkomen.

Ook het Nederlandse MKB wordt onderdeel van de testfase

Een vergelijkbare ontwikkeling vindt plaats in het oosten van Nederland. Op 10 september ging in Enschede het grensoverschrijdende Future RobotiX-project officieel van start.

Nederlandse en Duitse bedrijven en kennisinstellingen onderzoeken binnen dit Interreg-project hoe humanoïde robots kunnen worden ingezet bij onder meer lassen, logistiek, het verplaatsen van onderdelen en lakprocessen.

Daarbij draait het project niet uitsluitend om de technische mogelijkheden van de robots. Een belangrijk onderdeel is de vraag hoe mens en robot daadwerkelijk veilig en efficiënt kunnen samenwerken en wat bedrijven moeten aanpassen om humanoïde systemen in de praktijk te kunnen gebruiken.

Dat laatste kan uiteindelijk bepalender worden dan de robot zelf.

Een bedrijf hoeft immers niet alleen een robot te kopen. Het moet ook bepalen welke taken de machine uitvoert, hoe medewerkers ermee samenwerken, hoe de robot wordt getraind, hoe storingen worden afgehandeld en wie verantwoordelijk is wanneer een systeem een fout maakt.

Nederland heeft inmiddels een veel groter robotica-ecosysteem

Humanoïde robots vormen slechts een klein onderdeel van de Nederlandse roboticasector.

Volgens NLrobotics zijn ongeveer 600 partijen in kaart gebracht die actief zijn binnen het Nederlandse roboticalandschap. Noord-Brabant vormt met 155 partijen het grootste cluster. Eindhoven is met 64 organisaties de grootste afzonderlijke stad, gevolgd door onder meer Amsterdam en Delft.

Daarmee beschikt Nederland over een combinatie van technologiebedrijven, startups, systeemintegratoren, universiteiten, onderzoekscentra en industriële gebruikers.

Die combinatie is belangrijk voor de ontwikkeling van fysieke AI. De volgende generatie robots zal immers niet alleen afhankelijk zijn van betere motoren of sterkere sensoren. De grootste vooruitgang zal waarschijnlijk ontstaan wanneer verschillende technologieën samenkomen: computer vision, taalmodellen, realtime planning, simulatie, sensortechnologie en autonome besturing.

In die ontwikkeling heeft Nederland traditioneel sterke kennisclusters.

Eindhoven speelt een centrale rol vanwege de Brainport-industrie en de aanwezigheid van hightechbedrijven en toeleveranciers. Delft heeft een sterke positie in roboticaonderzoek. Wageningen richt zich onder meer op robotica en AI in landbouw en voedselproductie. Twente ontwikkelt robotica voor industrie en MKB.

Het Nederlandse voordeel zit daarmee niet noodzakelijk in het bouwen van één spectaculaire humanoïde robot, maar in het ontwikkelen van de technologie en infrastructuur waarmee robots in de echte economie kunnen functioneren.

Robotica komt ook naar de landbouw en zorg

De toepassingsgebieden worden bovendien steeds breder.

In Wageningen vond in september de vijfde editie plaats van het Vision + Robotics Parcours, waarbij AI, robotica en computer vision werden gekoppeld aan landbouw, voedselproductie, natuurbeheer en maritieme toepassingen.

Ook de zorg wordt een belangrijk onderzoeksgebied. NLrobotics meldde eerder deze maand de start van het Replicate-project bij Erasmus MC in Rotterdam. Daarnaast ontving Philips in augustus een miljoeneninvestering voor AI-gestuurde robotica voor toepassingen rond beroertezorg.

Daarmee ontstaat een bredere ontwikkeling waarin robotica niet langer uitsluitend wordt gekoppeld aan de fabriek.

De robot van de toekomst kan een productielijn ondersteunen, goederen verplaatsen, landbouwgewassen inspecteren, een zorgprofessional assisteren of uiteindelijk bepaalde fysieke werkzaamheden uitvoeren die moeilijk door mensen kunnen worden ingevuld.

Van traditionele automatisering naar fysieke AI

De belangrijkste verandering zit misschien wel in de manier waarop de sector naar robots kijkt.

Traditionele industriële robots zijn doorgaans ontworpen voor een specifieke taak. Ze bewegen volgens nauwkeurig gedefinieerde patronen en werken in relatief gecontroleerde omgevingen.

De nieuwe generatie robots moet juist kunnen omgaan met onzekerheid.

Een magazijn verandert voortdurend. Een werkplaats ligt nooit exact hetzelfde vol. Een mens loopt onverwacht langs een robot. Een object heeft een andere vorm dan verwacht. Een opdracht kan in natuurlijke taal worden gegeven.

Daarvoor is AI noodzakelijk.

De ontwikkeling van grote multimodale modellen en zogenaamde embodied AI maakt het mogelijk om robots niet alleen te laten reageren op vooraf geprogrammeerde instructies, maar om informatie uit hun omgeving te interpreteren en die informatie te gebruiken om hun volgende handeling te bepalen.

Dat is ook waarom de roboticasector steeds nauwer verweven raakt met de AI-industrie.

De race om de meest geavanceerde robot gaat daardoor niet alleen over mechanica. Het gaat ook over data, modellen, rekenkracht, simulatie en software.

Eindhoven brengt de sector bij elkaar

De groeiende volwassenheid van de sector was deze maand ook zichtbaar tijdens Future Pulse, de Nederlandse robotica-conferentie die op 15 en 16 september in het Evoluon in Eindhoven werd gehouden.

Het evenement bracht bedrijven, onderzoekers, beleidsmakers en technologieprofessionals samen. Volgens NLrobotics kwamen meer dan 315 bezoekers bijeen, met tientallen sprekers en demonstraties. Onder de betrokken organisaties waren onder meer TU/e, TU Delft, Hugging Face, PAL Robotics en Avular.

Dat soort evenementen laat zien dat robotica steeds meer wordt behandeld als een strategische technologie waarin verschillende sectoren samenkomen.

Dat is relevant voor Nederland, omdat de concurrentie op dit gebied internationaal snel toeneemt.

China beschikt over een snel groeiende robotica-industrie en levert inmiddels een groot deel van de humanoïde robots die in Nederland worden getest. De Verenigde Staten investeren zwaar in AI en robotics. Europese landen proberen ondertussen te voorkomen dat zij voor zowel de hardware als de onderliggende AI volledig afhankelijk worden van buitenlandse technologie.

Nederland bevindt zich midden in die ontwikkeling.

De volgende stap wordt moeilijker

De aanwezigheid van tientallen humanoïde robots in Nederland betekent niet dat de technologie al op grote schaal klaar is voor massale inzet.

De komende fase zal juist bepalen hoeveel van de huidige experimenten uiteindelijk uitgroeien tot commerciële toepassingen.

Daarbij zullen kosten, betrouwbaarheid, veiligheid en prestaties een grote rol spelen. Een robot moet niet alleen kunnen lopen of objecten kunnen oppakken, maar moet dat gedurende lange tijd betrouwbaar en economisch verantwoord kunnen doen.

Ook data wordt belangrijk. Robots die leren omgaan met echte werkomgevingen hebben praktijkdata nodig. Organisaties die die data verzamelen, kunnen daardoor een strategische positie opbouwen.

Nederland lijkt daarom steeds meer een testomgeving te worden waar internationale robottechnologie wordt gecombineerd met Nederlandse kennis, industriële processen en AI-expertise.

Dat kan een belangrijke rol spelen in de volgende fase van robotica.

De vraag is niet langer alleen wanneer humanoïde robots naar Nederland komen. Ze zijn er inmiddels al. De veel belangrijkere vraag is welke taken ze daadwerkelijk kunnen overnemen, welke nieuwe banen en vaardigheden daardoor ontstaan en of Nederlandse bedrijven erin slagen om van de huidige experimenten een blijvende economische positie te maken.

Met honderden robotica-organisaties, tientallen humanoïde robots en nieuwe test- en onderzoeksprogramma’s is Nederland in ieder geval begonnen aan die volgende fase.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *