Europa wil niet achterblijven in de robotrace.
En dus worden de humanoids uit de sciencefictionfilms langzaam echte machines die in fabrieken, magazijnen en uiteindelijk misschien zelfs bij mensen thuis moeten werken.
Tijdens een demonstratie in Brussel werden eerder deze maand meerdere Europese robots getoond aan leden van het Europees Parlement en de Europese Commissie. Onder de demonstraties zaten robots die objecten konden oppakken, verplaatsen en zelfs een vaatwasser konden inladen.
Ja.
Een robot die de vaatwasser inruimt.
Eindelijk technologie die écht belangrijk is.
De robot die iedereen wil hebben
Stel je voor.
Je komt thuis.
De robot heeft gekookt.
De robot heeft opgeruimd.
De robot heeft de vaatwasser aangezet.
En jij hoeft alleen nog te zeggen:
“Goed gedaan, Kevin.”
Het enige probleem?
Kevin kost waarschijnlijk ongeveer net zoveel als een kleine auto.
Onderzoekers benadrukken namelijk dat humanoïde robots nog steeds dure machines zijn en dat ze thuis pas echt interessant worden wanneer ze betrouwbaar langdurige taken kunnen uitvoeren.
We zijn dus nog niet helemaal op het punt waarop je bij MediaMarkt een robot kunt bestellen met:
“Gratis verzending vanaf €20.”
Europa heeft wel iets bijzonders
Europese onderzoekers lopen niet noodzakelijk achter op het gebied van robotica.
Tijdens de demonstraties in Brussel werden robots getoond die konden lopen, springen, objecten manipuleren en huishoudelijke taken uitvoeren.
Het probleem zit volgens onderzoekers eerder in de schaal.
China en andere landen kunnen bepaalde robotplatforms sneller en op grotere schaal produceren.
Europa heeft ondertussen veel sterke onderzoeksprojecten en prototypes.
Oftewel:
Europa heeft de hersenen.
De vraag is of Europa ook genoeg robots kan bouwen om er daadwerkelijk iets mee te doen.
En dan komt de volgende stap
De eerste grote toepassing van humanoïde robots ligt waarschijnlijk niet in jouw woonkamer.
Maar in fabrieken.
Daar is de omgeving gecontroleerd.
Taken zijn vaak repetitief.
En bedrijven kunnen precies meten hoeveel een robot oplevert.
Dat maakt fabrieken een veel logischere plek om deze machines eerst massaal te testen.
Daarna kunnen robots langzaam richting winkels, restaurants, ziekenhuizen en uiteindelijk woningen gaan.
Maar er is één probleem
Een robot die een doos kan oppakken in een fabriek is één ding.
Een robot die jouw woonkamer begrijpt?
Dat is een compleet ander verhaal.
Want thuis ligt niet alles netjes op één plek.
Er ligt een sok op de trap.
Een glas staat ergens waar het niet hoort.
De kat loopt precies voor je robot.
En iemand heeft natuurlijk weer een oplader midden op de vloer laten liggen.
De echte uitdaging voor robots is daarom niet alleen kracht.
Het is begrijpen wat er gebeurt in een chaotische menselijke omgeving.
En daar wordt AI belangrijk.
De combinatie van AI + robotica wordt daarom steeds interessanter.
De AI geeft de robot als het ware een “brein”.
De robot geeft AI vervolgens een lichaam.
En samen kunnen ze uiteindelijk iets worden dat veel meer kan dan een traditionele chatbot.
Dus misschien is de toekomst inderdaad een wereld waarin robots voor ons werken.
Maar voorlopig moeten ze eerst nog leren hoe ze een vaatwasser kunnen vullen zonder één bord te laten vallen.
Prioriteiten.











Laat een reactie achter