Europa zet miljarden op robots: robotica trekt meer funding aan dan AI

De Europese technologiesector heeft de afgelopen week een opvallend signaal afgegeven. Robotica was voor het eerst in deze recente financieringsperiode de grootste Europese techcategorie gemeten naar opgehaald kapitaal. Europese robotica-startups en -bedrijven haalden samen €508,3 miljoen op, tegenover €406,6 miljoen voor kunstmatige intelligentie en €305,8 miljoen voor healthtech.

In totaal werd in Europa in de afgelopen week meer dan €2 miljard geïnvesteerd verspreid over ruim 65 technologie-deals. Nederland speelde daarbij een opvallend grote rol: Nederlandse technologiebedrijven waren goed voor €435,9 miljoen aan investeringen, waarmee Nederland na Portugal de grootste ontvanger van techkapitaal in Europa was.

De cijfers betekenen niet dat investeerders AI ineens minder belangrijk vinden. Integendeel. Wat ze vooral laten zien, is dat de grens tussen AI en robotica steeds verder vervaagt. De volgende grote groeifase van kunstmatige intelligentie speelt zich mogelijk niet alleen af in datacenters en software, maar steeds vaker in magazijnen, fabrieken, ziekenhuizen en op straat.

De AI-industrie krijgt een lichaam.

Een opvallende verschuiving in Europees techkapitaal

De Europese technologiesector heeft de afgelopen jaren vooral in het teken gestaan van generatieve AI.

Investeerders stortten miljarden in foundation models, AI-infrastructuur, datacenters, chips en softwarebedrijven die taalmodellen inzetten voor zakelijke toepassingen.

Robotica was lange tijd een andere categorie.

Daar draaide het vooral om industriële automatisering, magazijnrobots en gespecialiseerde machines. Veel van die systemen waren krachtig, maar relatief beperkt: ze werden ontworpen voor één omgeving en één specifieke taak.

Dat verandert snel.

De nieuwe generatie robots combineert traditionele mechanica met computer vision, machine learning, sensoren, grote AI-modellen en steeds geavanceerdere besturingssystemen.

Daardoor ontstaat een nieuwe categorie technologie: physical AI.

Het idee daarachter is eenvoudig, maar technisch bijzonder complex. Een AI-systeem moet niet alleen informatie kunnen verwerken, maar ook de fysieke wereld kunnen waarnemen, begrijpen en beïnvloeden.

Een chatbot kan uitleggen hoe je een doos moet verplaatsen.

Een fysieke AI moet de doos daadwerkelijk vinden, oppakken, obstakels ontwijken en hem ergens anders neerzetten.

Dat verschil wordt de komende jaren waarschijnlijk een van de belangrijkste ontwikkelingen binnen de AI-industrie.

€508 miljoen voor robotica, maar één deal verklaart veel

De €508,3 miljoen die de Europese roboticasector afgelopen week aantrok, moet wel in de juiste context worden geplaatst.

Een groot deel van het bedrag kwam door één zeer grote transactie: het Portugese autonome-systemenbedrijf TEKEVER haalde honderden miljoenen dollars op in een nieuwe financieringsronde. Daarmee kreeg het bedrijf een waardering van miljarden dollars.

De wekelijkse cijfers betekenen dus niet dat tientallen robotica-startups plotseling tientallen miljoenen hebben opgehaald.

Maar dat maakt het signaal niet minder interessant.

Een Europees robotica- of autonoom-systemenbedrijf kan inmiddels financieringsrondes aantrekken die qua omvang vergelijkbaar zijn met transacties die eerder vooral bij AI-bedrijven werden gezien.

Dat verandert de schaal waarop Europese robotica kan worden ontwikkeld.

Grote financieringsrondes kunnen worden gebruikt voor productiecapaciteit, hardwareontwikkeling, AI-training, internationale expansie en het opbouwen van complete robotplatforms.

Dat laatste is belangrijk.

De toekomst van robotica draait waarschijnlijk niet om één spectaculaire robot, maar om een combinatie van hardware, software, data en infrastructuur.

Europa heeft een onverwacht sterke uitgangspositie

Europa wordt vaak gezien als een regio die achterloopt op de Verenigde Staten en China als het gaat om consumentgerichte AI.

Bij robotica ligt het beeld anders.

Europa beschikt over een lange geschiedenis in industriële automatisering, machinebouw, automotive, precisietechnologie en geavanceerde productie.

Duitsland heeft een grote industriële roboticasector. Nederland beschikt over sterke semiconductor-, machinebouw- en hightechsystemen. Frankrijk heeft grote onderzoeksinstituten en een groeiende AI-sector. Scandinavië heeft sterke industriële technologiebedrijven.

Die bestaande infrastructuur kan een voordeel worden nu AI en robotica samenkomen.

Een humanoïde robot heeft immers veel meer nodig dan een goed AI-model.

Hij heeft actuatoren nodig. Sensoren. Batterijen. Camera’s. Chips. Precisieonderdelen. Mechanische systemen. Een betrouwbare productieketen.

Europa heeft een groot deel van die kennis al in huis.

De vraag is alleen of Europese bedrijven die kennis ook kunnen vertalen naar wereldwijde robotplatforms.

Nederland zit midden in de ontwikkeling

Nederland kwam afgelopen week uit op €435,9 miljoen aan totale techinvesteringen, waarmee het land tweede werd in Europa achter Portugal. Het Verenigd Koninkrijk volgde met €273,9 miljoen.

Ook de samenstelling van het Nederlandse ecosysteem is interessant.

Nederland beschikt over een sterke combinatie van semiconductor-technologie, deeptech, AI-onderzoek, logistiek, landbouwtechnologie en hightech manufacturing.

Dat maakt het land bijzonder geschikt voor de overgang van digitale AI naar fysieke AI.

Een AI-model heeft uiteindelijk infrastructuur nodig.

Een robot heeft nog veel meer nodig.

Hij moet geproduceerd worden, onderhouden worden, worden getraind en worden geïntegreerd in bestaande werkomgevingen.

Daar komen precies de sectoren samen waarin Nederland traditioneel sterk is.

De echte strijd gaat straks niet alleen om modellen

De afgelopen jaren draaide de AI-wedloop grotendeels om één vraag:

Welk bedrijf heeft het beste model?

Dat leverde een enorme concurrentiestrijd op tussen Amerikaanse, Europese en Chinese AI-bedrijven.

Maar bij fysieke AI komt daar een tweede vraag bij:

Welk bedrijf kan AI daadwerkelijk betrouwbaar laten functioneren in de fysieke wereld?

Dat is een veel ingewikkelder probleem.

Een model kan een fout antwoord geven zonder dat er fysieke schade ontstaat.

Een robot kan met hetzelfde soort fout een mens raken, een product laten vallen of een machine beschadigen.

Daarom moeten robotica-bedrijven AI combineren met veiligheidsmechanismen, sensoren, fysieke begrenzingen en zeer betrouwbare besturing.

De technologie moet niet alleen intelligent zijn.

Ze moet voorspelbaar zijn.

Van fabrieksrobot naar algemene machine

De grote droom van de sector is daarom niet simpelweg een betere industriële robot.

Het doel is een machine die meerdere taken kan uitvoeren.

Een robot die vandaag pallets verplaatst, morgen onderdelen sorteert en volgende week een eenvoudige assemblagetaak uitvoert.

Daarvoor moeten robots kunnen generaliseren.

Een mens hoeft niet voor ieder nieuw object een volledig nieuw programma te krijgen. Hij ziet een onbekend object en gebruikt bestaande kennis om ermee om te gaan.

AI moet robots uiteindelijk iets vergelijkbaars geven.

Dat is precies waar grote taal- en multimodale modellen interessant worden.

Een model kan instructies begrijpen, beelden interpreteren en verbanden leggen. Robotica voegt daar fysieke actie aan toe.

Het resultaat is een nieuwe technologiecategorie waarin perceptie, redenering en beweging samenkomen.

Ook de investeerders kijken anders naar robotica

De financieringscijfers suggereren dat investeerders steeds meer bereid zijn om de lange ontwikkeltijd van hardware te accepteren.

Dat is belangrijk, want robotica is aanzienlijk kapitaalintensiever dan software.

Een softwarebedrijf kan relatief snel nieuwe functies uitrollen.

Een robotbedrijf moet eerst prototypes bouwen, onderdelen inkopen, testen, certificeren en uiteindelijk fysieke machines produceren.

De terugverdientijd kan daardoor langer zijn.

Toch lijkt de investeringsbereidheid toe te nemen.

Dat komt deels doordat AI de potentiële markt groter maakt.

Een traditionele robot kon misschien één taak uitvoeren.

Een robot met veel krachtigere AI kan uiteindelijk honderden verschillende taken uitvoeren.

Daarmee verandert ook de economische waarde van zo’n machine.

De Europese uitdaging begint nu pas

Het grootste risico voor Europa is niet dat er te weinig onderzoek of kapitaal beschikbaar is.

Het probleem kan juist ontstaan bij de volgende stap.

Opschalen.

Een prototype bouwen is iets anders dan 100.000 robots produceren.

Europa heeft in het verleden vaker sterke deeptechtechnologie ontwikkeld die uiteindelijk commercieel werd opgeschaald door bedrijven buiten Europa.

Bij robotica kan dezelfde uitdaging ontstaan.

Als Europese bedrijven de technologie ontwikkelen, maar Aziatische fabrikanten uiteindelijk de productie domineren en Amerikaanse bedrijven de AI-platforms controleren, blijft een groot deel van de economische waarde buiten Europa.

Daarom wordt de komende financieringsgolf belangrijk.

Het gaat niet alleen om hoeveel geld er wordt opgehaald.

Het gaat om wat bedrijven met dat geld kunnen bouwen.

De robot wordt onderdeel van de AI-infrastructuur

De belangrijkste verandering is misschien wel dat robotica steeds minder als een afzonderlijke industrie moet worden gezien.

AI, chips, cloudinfrastructuur, sensoren, energie en robotica beginnen samen één technologisch ecosysteem te vormen.

De AI-modellen worden slimmer.

De chips worden efficiënter.

Sensoren worden goedkoper.

Robotica wordt flexibeler.

En investeerders zijn bereid om steeds grotere bedragen in deze combinatie te stoppen.

De €508,3 miljoen van afgelopen week is daarom vooral een momentopname.

Maar het is wel een opvallende.

Europa heeft jarenlang geïnvesteerd in softwarematige intelligentie.

Nu begint het kapitaal steeds duidelijker richting lichamelijke intelligentie te bewegen.

De volgende grote AI-doorbraak hoeft daardoor niet per se op een laptop te verschijnen.

Het kan een machine zijn die door een fabriek loopt, dozen verplaatst, onderdelen assembleert of uiteindelijk zelfs zelfstandig een complexe werkomgeving begrijpt.

De AI-wedloop krijgt daarmee letterlijk armen en benen.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *